Ben je benieuwd wat ik tijdens onze verbouwing van de woonkamer afgelopen periode leerde over onze bijzonder pianokruk uit 1973? Lees dan snel deze blog.
“Hmmm… dat ziet er echt foeilelijk uit. Ik weet niet of ik die pianokruk nog wel in onze nieuwe woonkamer wil hebben staan.”
Terwijl mijn man druk bezig was met het opknappen van onze oude pianokruk, ging ik online op zoek naar een mooie nieuwe.
Toen ik er een had gevonden, liep ik enthousiast naar boven. “Ik heb een hele mooie nieuwe pianokruk gezien. En heel eerlijk… ik vind deze eerste verflaag echt niet mooi geworden. Dat scheelt jou ook nog eens al dat extra spuitwerk.”
Mijn man keek me aan. “Daar ben ik het echt niet mee eens. Ik ben nog volop bezig om deze kruk mooier te maken en jij bent alweer bezig met iets nieuws. We hoeven toch niet alles nieuw te kopen? Ik wil de dingen gewoon rustig op mijn tempo doen.”
Dat was niet helemaal het antwoord waarop ik had gehoopt.“Ja maar… ik wil echt niet dat dat foeilelijke ding straks in onze nieuwe woonkamer staat. Dan is alles helemaal mooi en zit ik me straks alleen maar te ergeren aan die lelijke pianokruk.”
Al mopperend liep ik weer naar beneden. Eigenlijk voelde ik dat het niet alleen om die pianokruk ging. Overal in en om het huis moest nog van alles gebeuren. Er stonden dozen in de woonkamer, er moesten stoelen gemonteerd worden en in de tuin lag van alles.
En ik ga niet zo goed op chaos. Zeker niet als ik me vanbinnen ook al onrustig voel.Ik besloot daarom eerst maar eens iets aan die onrust te doen.
Toen mijn man later beneden kwam, bood ik mijn excuses aan. Niet omdat ik geen nieuwe pianokruk meer wilde, maar omdat ik besefte dat het moment waarop ik ermee kwam niet zo handig was geweest. We spraken af om er later rustig over verder te praten.
“Wacht nu eerst maar eens totdat ik er nog een paar lagen overheen heb gespoten,” zei hij.
Eerlijk? Ik geloofde er niet zo in.
Maar misschien mocht ik zelf ook wel iets oefenen.
Geduld.
Na de tweede laag zag de pianokruk er ineens al een stuk beter uit.
“Hé…” dacht ik. “Dit is eigenlijk best mooi geworden.”
Toch bleef ik twijfelen. Zou je straks niet blijven zien dat de rest van de kruk anders was? Stiekem bleef ik dus af en toe nog naar nieuwe pianokrukken kijken. Na de vijfde laag was het moment daar. De afplaktape ging eraf.
En eerlijk is eerlijk… hij was nog steeds niet perfect.
Op sommige plekken zagen we de witte primer nog. Hier en daar was niet alles netjes afgeplakt. Terwijl ik alweer dacht aan een nieuwe pianokruk, ging mijn man op zoek naar informatie over de oude.
En toen ontdekten we iets wat ik totaal niet had zien aankomen.
Deze pianokruk hoorde oorspronkelijk bij onze piano en bleek uit 1973 te komen.
Ineens keek ik niet meer alleen naar de verf. Ik keek naar een pianokruk die al meer dan vijftig jaar bij onze piano hoorde.
Een pianokruk met een verhaal. En ik houd van verhalen. Sterker nog, ineens vond ik het eigenlijk wel mooi dat juist deze kruk straks in onze woonkamer zou staan.
Niet omdat hij perfect was. Maar omdat hij geschiedenis had. Omdat hij iets vertelde.
Terwijl ik daar zo naar zat te kijken, besefte ik dat die pianokruk me ongemerkt iets had geleerd.
Hoe kijk jij eigenlijk naar jezelf?
Hoe vaak kijk ik eigenlijk ook zo naar mezelf?
Gericht op de plekken die nog niet mooi zijn. Op alles wat nog beter moet. Op wat nog niet af is.Ik kan soms zo bezig zijn met wat er anders moet aan mezelf, dat ik vergeet om met liefde te kijken naar wie ik ben en naar wat er allemaal al is.
Herken je dat?
Dat je vooral ziet wat je niet goed doet? Dat je jezelf veroordeelt om iets wat je anders had willen doen? Of dat je vindt dat je eerst nog van alles aan jezelf moet veranderen voordat je tevreden mag zijn met jezelf?
Wat als je niet meteen hoeft te oordelen over wat je bij jezelf tegenkomt?
Wat als je eens wat langer kijkt? Met nieuwsgierigheid in plaats van kritiek. Met geduld in plaats van de eis dat alles meteen anders moet.
Dat betekent niet dat je alles maar goed hoeft te vinden of dat je niets meer mag veranderen. Het betekent wel dat je jezelf niet hoeft af te wijzen om de dingen die je liever anders zou zien.
Misschien mag je juist daar beginnen: door eerlijk te kijken naar wat er in je leeft, zonder jezelf daarvoor te veroordelen.
Voor mij begint dat steeds meer bij Gods liefde en genade. Ik hoef mezelf niet voortdurend te verbeteren om waardevol te zijn. Ik mag leren kijken naar mezelf door Zijn ogen, ook naar de delen van mezelf die ik moeilijk vind.
Niet door een bril van oordeel en afwijzing, maar door de bril van Zijn liefde en genade.
En misschien is dat wel wat ik leerde van een pianokruk uit 1973. Dat ik niet altijd meteen iets nieuws hoef te zoeken zodra iets niet aan mijn verwachtingen voldoet. Soms mag ik wat langer kijken. Geduld oefenen. Ontdekken wat er al is. En leren om met meer liefde te kijken naar wat nog niet perfect is.
️



